U gebruikt een verouderde browser. Wij raden u aan een upgrade van uw browser uit te voeren naar de meest recente versie.

"Fusen" is een van de oudste fabricagetechnieken van werken met glas. Deze techniek werd 4000 jaar geleden al toegepast bij de vervaardiging van glasobjecten.

Aan het begin van de christelijke jaartelling werd deze toepassing vervangen door de blaaspijp. Het fusen verdween naar de achtergrond. 

Fusen betekent: samensmelten. In het engels "glass-fusion". Temperatuur, glassoort en tijd bepalen wat er gebeurt. 

Glas lag in verschillende kleuren op het gaas. De oven wordt zo heet gestookt dat het glas vloeibaar wordt als stroop. Het glas "stroomt" door de gaten van het gaas. Door de temperatuur snel te laten zakken word de val stop gezet. De val bevriest. Glas lag in verschillende kleuren op het gaas. De oven wordt zo heet gestookt dat het glas vloeibaar wordt als stroop. Het glas "stroomt" door de gaten van het gaas. Door de temperatuur snel te laten zakken word de val stop gezet. De val bevriest. Stukken of repen gekleurd en transparant blank glas worden samengevoegd door ze helemaal of gedeeltelijk samen te versmelten. Dit gebeurt in een oven op een temperatuur tussen de 720 en 800ºC. Glassoort, temperatuur  en tijd bepalen het eindresultaat 

De samengesmolten plaat kan je van vorm laten veranderen door het opnieuw in de oven te stoken in of over een mal . Dit noem je "slumpen". Zo maak je bijvoorbeeld een schaal.

Het stoken is een tijdrovende techniek. Het proces moet nauwkeurig worden uitgevoerd. Vooral het afkoelen kost veel tijd. Als het proces te snel gaat ontstaat er spanning in het glas en knapt het. Als de afkoeling niet goed gaat kan het eindresultaat mat worden.